Vertaling van Vater

Inhoud:

Duits
Nederlands
Pater [m] (der ~), Vater [m] (der ~) {zn.}
vader  [m]
pater [m]
Sein Vater ist Japaner.
Zijn vader is Japanner.
Ihr Vater ist Japaner.
Haar vader is Japanner.


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Hier arbeitet mein Vater.

Hier werkt mijn vader.

Kennen Sie ihren Vater?

Ken je haar vader?

Euer Vater ist groß.

Uw vader is groot.

Ich kenne Ihren Vater.

Ik ken je vader.

Er wird bald Vater.

Hij wordt binnenkort vader.

Wo ist deiner Vater?

Waar is je vader?

Mein Vater steht früh auf.

Mijn vader staat vroeg op.

Sein Vater starb letztes Jahr.

Zijn vader is vorig jaar overleden.

Wie alt ist dein Vater?

Hoe oud is je vader?

Mein Vater liebt meine Mutter.

Mijn vader houdt van mijn moeder.

Mein Vater wird mich totschlagen.

Mijn vader gaat me vermoorden.

Er ist nicht mein Vater.

Hij is mijn vader niet.

Er ist Vater dreier Kinder.

Hij is de vader van drie kinderen.

Mein Vater starb an Lungenkrebs.

Mijn vader stierf aan longkanker.

Mein Vater mag sehr gerne Pizza.

Mijn vader houdt erg van pizza.


Gerelateerd aan Vater

Pater