Vertaling van Wasser

Inhoud:

Duits
Nederlands
Wasser [o] (das ~) {zn.}
water  [o]
Das Wasser ist gut.
Het water is goed.
Ich trinke kein Wasser.
Ik drink geen water.

Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Ein Glas Wasser, bitte!

Kan ik een glas water krijgen alstublieft?

Wasser ist durchsichtig.

Water is doorzichtig.

Fische leben im Wasser.

Vissen leven in het water.

Baumwolle nimmt Wasser auf.

Katoen neemt water op.

Trockener Sand absorbiert Wasser.

Droog zand neemt water op.

Baumwolle nimmt Wasser auf.

Katoen neemt water op.

Das Wasser ist gut.

Het water is goed.

Ich trinke kein Wasser.

Ik drink geen water.

Ein Glas Wasser, bitte!

Mag ik alstublieft een glas water?

Ich will Wasser.

Ik wil water.

Man hat das Wasser entgiftet.

Het water werd gezuiverd.

Eine Wassermelone ist voller Wasser.

Een watermeloen zit vol water.

Das Wasser ist nicht trinkbar.

Het water is niet drinkbaar.

Wie ist hier das Wasser?

Hoe is het water hier?

Zucker löst sich in Wasser.

Suiker lost op in water.