Vertaling van Weh

Inhoud:

Duits
Nederlands
Weh [o] (das ~) {zn.}
lijden 
leed
weh, wehe {bw.}
ach
wee
Schmerz [m] (der ~), Weh [o] (das ~) {zn.}
pijn  [v]
wee
zeer [o]
Wo tut es weh?
Waar doet het pijn?
Es tut nicht weh.
Het doet geen pijn.
Ärger [m] (der ~), Betrübnis [v] (die ~), Gram, Harm, Verdruß [m] (der ~), Weh [o] (das ~), Kummer [m] (der ~) {zn.}
verdriet 
ergernis

Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Mein Hintern tut weh.

Ik heb pijn aan mijn achterste.

Wo tut es weh?

Waar doet het pijn?

Es tut nicht weh.

Het doet geen pijn.

Meine Füße tun weh.

Mijn voeten doen pijn.

Mir tun die Augen weh.

Ik heb pijn aan mijn ogen.

Meine Beine tun immer noch weh.

Mijn benen doen nog steeds pijn.

Ich wollte dir nicht weh tun.

Ik wou u geen pijn doen.

Hier tut es weh.

Het doet hier pijn

Ich tut vor lauter Lachen der Bauch weh!

Ik lachte zoveel tot ik buikpijn kreeg.

Manchmal tut es weh, die Wahrheit zu sagen.

Soms doet het pijn de waarheid te spreken.


Gerelateerd aan Weh

weh - wehe - Schmerz - Ärger - Betrübnis - Gram - Harm - Verdruß - Kummer