Vertaling van Wonnemonat

Inhoud:

Duits
Nederlands
Mai [m] (der ~), Wonnemond, Wonnemonat, Weidemond, Weidenmonat {zn.}
mei  [m]
bloeimaand [v]
Ich werde am 23. Mai ankommen.
Ik kom op 23 mei.
Es geschah am 1. Mai.
Dat was op de eerste mei.


Gerelateerd aan Wonnemonat

Mai - Wonnemond - Weidemond - Weidenmonat