Vertaling van besprechen

Inhoud:

Duits
Nederlands
diskutieren, erörtern, verhandeln, besprechen {ww.}
bespreken 
van gedachten wisselen
discuteren

wir besprechen
sie besprechen

wij bespreken
zij bespreken
» meer vervoegingen van bespreken

Sie diskutieren das Problem.
Ze bespreken het probleem.
Lasst uns das Problem später besprechen.
Laten we dat probleem later bespreken.
bereden, besprechen, sprechen über {ww.}
bespreken 
bepraten 
behandelen 

wir besprechen
sie besprechen

wij bespreken
zij bespreken
» meer vervoegingen van bespreken


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Lass uns das Problem mit ihnen besprechen.

Laten we het probleem met hen overleggen.

Lasst uns das Problem später besprechen.

Laten we dat probleem later bespreken.


Gerelateerd aan besprechen

diskutieren - erörtern - verhandeln - bereden - sprechen über