Vertaling van flach

Inhoud:

Duits
Nederlands
flach, platt {bn.}
plat 
slap
flach {bn.}
licht 
ondiep 
oppervlakkig
eben, glatt, flach, Flach- {bn.}
effen
gelijk
vlak


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Hier ist das Wasser sehr flach.

Het water hier is erg ondiep.

Sie glaubten, dass die Erde flach sei.

Ze geloofden dat de wereld plat was.


Gerelateerd aan flach

platt - eben - glatt - Flach-