Vertaling van ihm

Inhoud:

Duits
Nederlands
ihm {zn.}
daaraan
erheen
daar ... aan
er ... aan
eraan
er ... heen
ihm
hem

Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Sag’s ihm bitte nicht!

Zeg hem dat niet, alsjeblieft!

Vertrau ihm nicht.

Vertrouw hem niet.

Ich träumte von ihm.

Ik heb over hem gedroomd.

Was geschah ihm?

Wat is er met hem gebeurd?

Sie bedeutet ihm nichts.

Ze betekent niets voor hem.

Ich saß neben ihm.

Ik zat naast hem.

Ich spiele mit ihm.

Ik speel met hem.

Erstaunlicherweise misslang es ihm.

Vreemd genoeg faalde hij.

Ich stimme ihm zu.

Ik ben het met hem eens.

Ihm wurden zehntausend Dollar gezahlt.

Hij werd 10.000 dollar betaald.

Ich zahlte ihm fünf Dollar.

Ik betaalde hem vijf dollar.

Gib ihm einfach das Portemonnaie.

Geef hem gewoon de portemonnee.

Ich bin ihm nicht gewachsen.

Ik ben geen partij voor hem.

Er gab ihm ein Buch.

Hij gaf hem een boek.

Sprich nicht so mit ihm!

Praat niet zo tegen hem.