Vertaling van oft
Voorbeelden in zinsverband
Er verliebt sich oft.
Hij wordt vaak verliefd.
Kinder hassen oft Spinat.
Kinderen hebben vaak een hekel aan spinazie.
Er fährt oft zur Bibliothek.
Hij rijdt dikwijls naar de bibliotheek.
Fantasie ist oft die Mutter der Kunst.
Fantasie is vaak de moeder van de kunst.
Wie oft warst du schon in Europa?
Hoeveel keer ben je in Europa geweest?
Meine Mutter backt uns oft Apfelkuchen.
Mijn moeder bakt ons vaak appeltaarten.
Wir assoziieren Schwarz oft mit dem Tod.
We associëren zwart vaak met de dood.
Er geht oft zu Fuß zur Schule.
Hij gaat dikwijls te voet naar school.
Tom verspätet sich oft zum Unterricht.
Tom komt behoorlijk vaak te laat op school.
Er kommt oft zu spät zur Schule.
Hij komt vaak laat op school.
Ich lerne oft während ich Musik höre.
Vaak leer ik terwijl ik naar muziek luister.
Als sie Schülerin war, ging sie oft in die Disko.
Toen ze studeerde, ging ze vaak naar de discotheek.
Im Sommer gehe ich oft an den Strand zum Schwimmen.
Ik zwem vaak op het strand in de zomer.
Mein Vater schläft oft vor dem Fernseher ein.
Mijn vader valt vaak in slaap voor de TV.
Computer werden oft mit dem menschlichen Gehirn verglichen.
Computers worden vaak vergeleken met het menselijk brein.