Vertaling van reißen

Inhoud:

Duits
Nederlands
reißen, einreißen {ww.}
springen 
uitscheuren
scheuren 
reißen, einreißen, zerreißen, zerren, zupfen {ww.}
scheuren 
rijten
erschüttern, reißen, zerren {ww.}
schokken
anziehen, reißen, zerren {ww.}
rukken
reisen {ww.}
reizen 

wir reisen
sie reisen

wij reizen
zij reizen
» meer vervoegingen van reizen

Ich möchte um die Welt reisen.
Ik wil rond de wereld reizen.
Mein Traum ist, in einer Raumfähre zu reisen.
Mijn droom is om in een spaceshuttle te reizen.

Gerelateerd aan reißen

einreißen - zerreißen - zerren - zupfen - erschüttern - anziehen - reisen