Vertaling van schön

Inhoud:

Duits
Nederlands
schön, hübsch {bw.}
mooi 
net
schön, gut, angenehm {bn.}
fraai
mooi 
knap 
net
schoon 
dauern, zu schade sein, leid tun, schonen, verschonen, kargen mit {ww.}
sparen
ontzien
betreuren 
het jammer vinden van
bejammeren 
nachsichtig sein, schonen, verschonen {ww.}
zich laten vermurwen
sparen
toegeeflijk zijn voor
ontzien


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Diese Brillen sind schön.

Deze brillen zijn mooi.

Hoffentlich ist die Insel schön.

Hopelijk is het eiland mooi.

Nur die Wahrheit ist schön.

Alleen de waarheid is schoon.

Diese Fahne ist sehr schön.

Deze vlag is erg mooi.

Die Aussicht vom Gipfel ist sehr schön.

Het uitzicht vanaf de top is erg mooi.

Trang ist genauso schön wie Dorenda.

Trang is net zo mooi als Dorenda.

Nicolas meint, dass die Romanisierung des kyrillischen Alphabets genauso schön wie die Sonne ist, die die Augen verbrennt, wenn man sie ansieht.

Nicolas bedoelt dat de romanisering van het Cyrillische alfabet net zo mooi is als de zon, die de ogen verbrandt wanneer je ernaar kijkt.