Vertaling van schräg

Inhoud:

Duits
Nederlands
indirekt, obliquus, schief, schräg {bn.}
scheef 
schuin
diagonal, schräg {bn.}
diagonaal
schuin
abschrägen, schräg abschneiden, gehren {ww.}
schuin afsnijden
facettieren, abschrägen {ww.}
slijpen

Gerelateerd aan schräg

indirekt - obliquus - schief - diagonal - abschrägen - schräg abschneiden - gehren - facettieren