Vertaling van vereinigen

Inhoud:

Duits
Nederlands
vereinen, vereinigen, zusammenfassen, miteinander kombinieren, assoziieren {ww.}
associëren
verbinden 

wir vereinigen
sie vereinigen

wij associëren
zij associëren
» meer vervoegingen van associëren

Wir assoziieren Schwarz oft mit dem Tod.
We associëren zwart vaak met de dood.
fügen, gesellen, vereinigen {ww.}
verenigen
bijeenbrengen 
samenbrengen
aaneenvoegen

wir vereinigen
sie vereinigen

wij verenigen
zij verenigen
» meer vervoegingen van verenigen

Er versuchte, die verschiedenen Gruppen zu vereinigen.
Hij heeft geprobeerd de verschillende groepen te verenigen.
einigen, vereinigen {ww.}
verenigen

wir vereinigen
sie vereinigen

wij verenigen
zij verenigen
» meer vervoegingen van verenigen


Gerelateerd aan vereinigen

vereinen - zusammenfassen - miteinander kombinieren - assoziieren - fügen - gesellen - einigen