Vertaling van wollen
wir wollen
sie wollen
wij willen
zij willen
» meer vervoegingen van willen
Voorbeelden in zinsverband
Nicht wollen ist das Gleiche wie haben.
Niet willen is hetzelfde als hebben.
Wir wollen bleiben, was wir sind.
We willen blijven wat we zijn.
Maria und ich wollen zwei Kinder haben.
Mary en ik zijn van plan twee kinderen te krijgen.
"Sie haben einen teuren Geschmack!" rief die Ladenbesitzerin aus. "Sind Sie sicher, dass Sie sich nicht zuerst unsere billigeren Modelle anschauen wollen?"
"U heeft een dure smaak!" riep de verkoopster uit. "Weet u zeker dat u niet eerst onze goedkopere varianten wilt doorkijken?"
"Unser Chef bestand auf dem Preis", erklärte die Ladeninhaberin. "Aber wissen Sie, Sie brauchen mir die 0.99 nicht in Kopeken zu bezahlen. Wenn Sie wollen, können Sie mehr bezahlen."
"Onze baas heeft aangedrongen op die prijs," legde de verkoopster uit. "Maar weet u, u hoeft me geen 0,99 in kopeken te betalen. U mag meer betalen als u wilt."