Vertaling van Shall
Voorbeelden in zinsverband
We shall see.
We zullen zien.
Where shall we eat tonight?
Waar zullen we vanavond eten?
Shall we walk or drive?
Zullen we lopend of met de auto gaan?
Shall I carry your coat?
Zal ik uw jas dragen?
Which game shall we play next?
Welk spel zullen we nu spelen?
I shall never tell it to anybody.
Ik zal het nooit aan iemand vertellen.
Shall I get you some water?
Kan ik je wat water geven?
Hence, I shall have to stay here.
Daarom zal ik hier moeten blijven.
Ask, and it shall be given you.
Vraag en u zal gegeven worden.
Who seeds wind, shall harvest storm.
Wie wind zaait, zal storm oogsten.
Shall we play badminton?
Zullen we badminton spelen?
Let's take up the second problem, shall we?
Laten we het tweede probleem behandelen, goed?
What shall I put on: pants or a skirt?
Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?
As a man lives, so shall he die.
Zoals iemand leeft, zo zal hij ook sterven.
Shall we talk about it over cup of coffee?
Zullen we dit bespreken onder een kop koffie?