Vertaling van afraid

Inhoud:

Engels
Nederlands
afraid {bn.}
bang 
laf
lafhartig
afraid, fearful, scared {bn.}
angstig 
kopschuw
vervaard
afraid, timid, anxious, fainthearted, pusillanimous, shy, timorous {bn.}
bang 
benepen
beschroomd 
schroomvallig
schuw
vreesachtig
afraid, apprehensive, frightened {bn.}
bang 
beangst
beducht
bevreesd
vreesachtig
afraid {bn.}
beangst
beducht
bevreesd
blo
blode
bang
benauwd
angstig

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I'm afraid of earthquakes.

Ik ben bang voor aardbevingen.

I'm not afraid.

Ik ben niet bang.

I am not afraid.

Ik ben niet bang.

I'm afraid to fall.

Ik ben bang om te vallen.

They're afraid of him.

Ze zijn bang voor hem.

I'm afraid of spiders.

Ik ben bang voor spinnen.

Don't be afraid.

Wees niet bang.

You're afraid of him.

U bent bang voor hem.

I'm afraid of heights.

Ik heb hoogtevrees.

I'm not afraid any more.

Ik ben niet meer bang.

He's afraid of the sea.

Hij is bang voor de zee.

I'm not afraid of anything.

Ik ben van niets bang.

They aren't afraid of death.

Ze zijn niet bang van de dood.

I'm afraid it will rain.

Ik ben bang dat het gaat regenen.

He's afraid of making mistakes.

Hij is bang fouten te maken.


Gerelateerd aan afraid

fearful - scared - timid - anxious - fainthearted - pusillanimous - shy - timorous - apprehensive - frightened