Vertaling van arm-

Inhoud:

Engels
Nederlands
arm, arm- {bn.}
arm-
arm-rest, arm {zn.}
armleuning [v]
to arm, to reinforce {ww.}
bewapenen 
wapenen

I arm
you arm
we arm

ik bewapen
jij bewapent
wij bewapenen
» meer vervoegingen van bewapenen

affiliate, branch, affiliation, arm, subsidiary {zn.}
filiaal  [o]
depot [o]
beam, yoke, arm {zn.}
juk 
draagjuk [o]
arm {zn.}
arm 
An alligator snapped his arm off.
Een alligator heeft zijn arm afgerukt.
to arm {ww.}
wapenen
bewapenen

I arm
you arm
we arm

ik wapen
jij wapent
wij wapenen
» meer vervoegingen van wapenen

to arm, to build up, to fortify, to gird {ww.}
fortificeren

I arm
you arm
we arm

ik fortificeer
jij fortificeert
wij fortificeren
» meer vervoegingen van fortificeren



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He extended his right arm.

Hij stak zijn rechterarm uit.

My left arm is asleep.

Mijn linkerarm slaapt.

An alligator snapped his arm off.

Een alligator heeft zijn arm afgerukt.

Joan broke her left arm in the accident.

Joan brak haar linkerarm in het ongeluk.


Gerelateerd aan arm-

arm - arm-rest - reinforce - affiliate - branch - affiliation - subsidiary - beam - yoke - build up - fortify - girdcater - fort