Vertaling van badger

Inhoud:

Engels
Nederlands
badger {zn.}
das  [m]
to badger, to beleaguer, to bug, to pester, to tease {ww.}
pesten
negeren
nijdassen
koeioneren
judassen
jennen

I badger
you badger
we badger

ik pest
jij pest
wij pesten
» meer vervoegingen van pesten

to pester, to badger, to annoy, to bully {ww.}
pesten
plagen 

I badger
you badger
we badger

ik pest
jij pest
wij pesten
» meer vervoegingen van pesten

to molest, to badger {ww.}
molesteren

I badger
you badger
we badger

ik molesteer
jij molesteert
wij molesteren
» meer vervoegingen van molesteren

to carp at, to haze, to quibble, to cavil at, to badger, to bait {ww.}
vitten
muggeziften
haarkloven
het lastig maken
bedillen

I badger
you badger
we badger

ik vit
jij vit
wij vitten
» meer vervoegingen van vitten

to badger {ww.}
kieskauwen

I badger
you badger
we badger

ik kieskauw
jij kieskauwt
wij kieskauwen
» meer vervoegingen van kieskauwen

badger {zn.}
das [m] (de ~)

Gerelateerd aan badger

beleaguer - bug - pester - tease - annoy - bully - molest - carp at - haze - quibble - cavil at - baitbait - eat - mammal