Vertaling van bob

Inhoud:

Engels
Nederlands
to bob, to dock, to tail {ww.}
kortstaarten

I bob
you bob
we bob

ik kortstaart
jij kortstaart
wij kortstaarten
» meer vervoegingen van kortstaarten

to bob {ww.}
peuren
poeren

I bob
you bob
we bob

ik peur
jij peurt
wij peuren
» meer vervoegingen van peuren

to bob, to bobsled {ww.}
bobben
bobsleeën

I bob
you bob
we bob

ik bob
jij bobt
wij bobben
» meer vervoegingen van bobben

to bob {ww.}
dobberen

I bob
you bob
we bob

ik dobber
jij dobbert
wij dobberen
» meer vervoegingen van dobberen

to bob {ww.}
peuren

I bob
you bob
we bob

ik peur
jij peurt
wij peuren
» meer vervoegingen van peuren

bob, bobsled, bobsleigh {zn.}
bob
bobslee [m] (de ~)
Bob is my friend.
Bob is mijn vriend.
Bob can cook.
Bob kan koken.
bob {zn.}
jongenskop
bob, bobber, bobfloat, cork {zn.}
kurk [m] (de/het ~)
bob, bobber, bobfloat, cork {zn.}
sim
dobber [m] (de ~)
bob {zn.}
slinger [m] (de ~)
bob {zn.}
bob
bob {zn.}
jongenskop
bob {zn.}
pagekopje
pagekop [m] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Bob was very happy.

Bob was heel blij.

Bob is my friend.

Bob is mijn vriend.

Bob can cook.

Bob kan koken.

Goodbye, Bob and Nora.

Tot ziens, Bob en Nora.

Bob came home very late.

Bob kwam zeer laat thuis.

Bob is popular at school.

Bob is populair op school.

"Nearly four pounds," says Bob.

"Ongeveer vier pond", zegt Bob.

Bob can answer all the questions.

Bob kan alle vragen beantwoorden.

Bill is not as tall as Bob.

Bill is niet zo groot als Bob.

Bob could not control his anger.

Bob kon zijn woede niet beheersen.

Uncle Bob invited us to have dinner.

Oom Bob nodigde ons uit voor het avondeten.

Something must have happened to Bob yesterday.

Er moet gisteren iets gebeurd zijn met Bob.

I don't know when Bob came to Japan.

Ik weet niet wanneer Bob naar Japan gekomen is.

There is a portrait of Bob on the wall.

Er hangt een portret van Bob aan de muur.

I would rather go to the movie alone than have Bob come with me.

Ik zou liever alleen naar de bioscoop gaan dan samen met Bob.


Gerelateerd aan bob

dock - tail - bobsled - bobsleigh - bobber - bobfloat - corkscissor - fish - sled - float - move - angle - luge - coif - fishing gear - weight - crank