Vertaling van boys
Voorbeelden in zinsverband
I don't like bad boys.
Ik hou niet van stoute jongens.
Some boys came into the classroom.
Een paar jongens kwamen het klaslokaal binnen.
All the other boys laughed at him.
Alle andere jongens lachten hem uit.
All the boys are the same age.
Al de jongens zijn even oud.
More than twenty boys went there.
Meer dan twintig jongens gingen erheen.
All boys like to play baseball.
Alle jongens spelen graag honkbal.
Be silent in the library, boys.
Wees stil in de bibliotheek, jongens.
Our class consists of 40 boys.
Onze klas bestaat uit 40 jongens.
How many boys are there in your class?
Hoeveel jongens zijn er in jullie klas?
Look, the boys are walking barefoot in the water.
Kijk, de jongens lopen met blote voeten in het water.
She was not interested in boys at all.
Zij is totaal niet geinteresseerd in jongens.
Jack was laughed at by all the boys.
Jack werd uitgelachen door al de jongens.
Some boys play tennis and others play soccer.
Sommige jongens spelen tennis en anderen spelen voetbal.
How many boys are there in this class?
Hoeveel jongens zijn er in deze klas?
Each of the three boys won a prize.
Elk van de drie jongens hebben een prijs gewonnen.