Vertaling van bread

Inhoud:

Engels
Nederlands
bread, loaf {zn.}
brood  [o]
mik [v]
I bought a loaf of bread at the baker's.
Ik heb een brood gekocht bij de bakker.
He has less bread.
Hij heeft minder brood.
to bread {ww.}
paneren

I bread
you bread
we bread

ik paneer
jij paneert
wij paneren
» meer vervoegingen van paneren

bread, breadstuff, staff of life {zn.}
brood [o] (het ~)
mik [m] (de ~)
And a little bread.
En een beetje brood.
The man is eating bread.
De man eet brood.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

And a little bread.

En een beetje brood.

The man is eating bread.

De man eet brood.

Please give me a piece of bread.

Kun je me alsjeblieft een stuk brood geven?

We do not have any more bread.

We hebben geen brood meer.

I ate nothing but bread and butter.

Ik at niets anders dan brood en boter.

I bought two loaves of bread.

Ik heb twee broden gekocht.

Do you have bread for lunch?

Eet je brood tussen de middag?

Bread and butter are my usual breakfast.

Brood en boter is mijn gewoon ontbijt.

Bread and butter is my usual breakfast.

Brood en boter is mijn gewoon ontbijt.

If they don't have bread, let them eat cake.

Als ze geen brood hebben, laat ze dan taart eten!

There are people in the world so hungry, that God cannot appear to them except in the form of bread.

Er zijn mensen in de wereld die zo'n honger hebben, dat God alleen in de vorm van brood aan hen kan verschijnen.


Gerelateerd aan bread

loaf - breadstuff - staff of lifebaked goods