Vertaling van cry ,
kreet
schreeuw
wenen
schreien
krijten
tranen
traanogen
brullen
Voorbeelden in zinsverband
I began to cry.
Ik begon te huilen.
You began to cry.
Je begon te huilen.
I made him cry.
Ik deed hem wenen.
I started to cry.
Ik barstte in tranen uit.
Please don't cry.
Niet huilen alsjeblieft.
He began to cry.
Hij begon te huilen.
I don't cry easily.
Ik huil niet snel.
Your voice made me cry.
Je stem deed me huilen.
The child doesn't cry anymore.
Het kind weent al niet meer.
She turned and began to cry.
Ze draaide zich om en begon te wenen.
I'm sorry for making you cry.
Het spijt me dat ik je aan het huilen heb gemaakt.
Children cry because they want to eat.
De kinderen wenen omdat ze willen eten.
The bird's cry broke the silence of the woods.
Het geschreeuw van de vogel verbrak de stilte van het bos.
Left alone, the little girl began to cry.
Alleen gelaten begon het kleine meisje te huilen.
She did nothing but cry all the while.
Ze huilde alleen maar de hele tijd.