Vertaling van enemy

Inhoud:

Engels
Nederlands
enemy, adversary, foe {zn.}
vijand 
We defeated the enemy.
Wij versloegen de vijand.
Surrender to the enemy.
Geef je over aan de vijand.
attacker, enemy {zn.}
belager [m]


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Surrender to the enemy.

Geef je over aan de vijand.

The enemy attacked us at night.

De vijand viel ons 's nachts aan.

I know who my enemy is.

Ik weet wie mijn vijand is.

He repented having betrayed his country to the enemy.

Hij berouwdde het dat hij zijn land heeft verraden aan de vijand.


Gerelateerd aan enemy

adversary - foe - attacker