Vertaling van england

Inhoud:

Engels
Nederlands
England, england {zn.}
Engeland  [o] (narticle ~)
I'm from England.
Ik kom uit Engeland.
This is a book about England.
Dit is een boek over Engeland.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I'm from England.

Ik kom uit Engeland.

I have a friend in England.

Ik heb een vriend in Engeland.

I have never been to England.

Ik ben nog nooit in Engeland geweest.

England expects that every man will do his duty.

Engeland verwacht dat iedereen zijn plicht zal doen.

London, the capital of England, is on the Thames.

Londen, de hoofdstad van Engeland, ligt aan de Theems.

The union of Scotland and England took place in 1706.

De vereniging van Schotland en Engeland vond plaats in 1706.

Prince Charles will be the next king of England.

Prins Charles zal de volgende koning van Engeland zijn.

I have a desire to go to England.

Ik heb een verlangen om naar Engeland te gaan.

The Norman victory over England had a big impact on the English language.

De Normandische overwinning tegen Engeland heeft een grote invloed gehad op de Engelse taal.

Only three per cent of the population of England uses RP.

Alleen drie percent van de bevolking van Engeland spreekt RP.


Gerelateerd aan england

Englandbody politic