Vertaling van fiancé

Inhoud:

Engels
Nederlands
fiancé {zn.}
verloofde
bruidegom  [m]
galant [m]
She often speaks with her fiancé.
Ze spreekt vaak met haar verloofde.
Her fiancé gave her a very big ring.
Haar verloofde gaf haar een heel grote ring.
betrothed, fiancé, fiance, groom-to-be
verloofde
aanstaande

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She often speaks with her fiancé.

Ze spreekt vaak met haar verloofde.

Her fiancé gave her a very big ring.

Haar verloofde gaf haar een heel grote ring.


Gerelateerd aan fiancé

betrothed - fiance - groom-to-be