Vertaling van ken

Inhoud:

Engels
Nederlands
knowledge, ken {zn.}
kennis [v]
weten 
verstand 
medeweten
kunde
Knowledge is power.
Kennis is macht.
My knowledge of Japanese is rather poor.
Mijn kennis van Japans is eerder zwak.
knowledge, acquaintance, ken {zn.}
kennis [v]
kunde
bekendheid  [v]
Television helps us widen our knowledge.
Televisie helpt ons onze kennis te verruimen.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I ken him.

Ik ken hem.

I met Ken yesterday.

Ik heb Ken gisteren ontmoet.

Ken wants a bicycle.

Ken wil een fiets.

Ken has two cats.

Ken heeft twee katten.

I voted for Ken.

Ik heb Ken gekozen.

Ken has a guitar.

Ken heeft een gitaar.

What's Ken doing?

Wat is Ken aan het doen?

I dinnae ken.

Ik weet het niet.

My friends call me Ken.

Mijn vrienden noemen me Ken.

Nice to meet you, Ken.

Blij u te leren kennen, Ken.

Was Ken at home yesterday?

Was Ken gisteren thuis?

Ken sat next to me.

Ken zette zich naast mij.

Ken beat me at chess.

Ken heeft tegen mij gewonnen met schaken.

Mike and Ken are friends.

Mike en Ken zijn vrienden.

Ken is older than Seiko.

Ken is ouder dan Seiko.


Gerelateerd aan ken

knowledge - acquaintance