Vertaling van myself
mijzelf
zelve
Voorbeelden in zinsverband
I made it myself.
Ik heb het zelf gemaakt.
I myself saw it.
Ik heb het zelf gezien.
I wash myself.
Ik was mij.
I like walking by myself.
Ik ga graag alleen te voet.
Don't leave me by myself!
Laat me niet alleen!
I burned myself with boiling water.
Ik heb mezelf verbrand aan kokend water.
I enjoyed myself at the party yesterday.
Ik heb mijzelf vermaakt op het feest gisteren.
Next time I will do it myself.
De volgende keer doe ik het zelf.
Don't worry about it, I'll go myself.
Maak je geen zorgen, ik ga alleen.
I myself have never seen a UFO.
Ik heb persoonlijk nooit een UFO gezien.
I pride myself on my humility.
Ik ben trots op mijn nederigheid.
I've paid parking fines a number of times myself.
Ik heb zelf ook al een paar keer parkeerboetes betaald.
Never mind, I can do it by myself.
Niet erg, ik kan het zelf doen.
I never thought I'd make this mistake myself.
Ik had nooit gedacht dat ik zelf deze fout zou maken.
I kept telling myself that it would all be over soon.
Ik bleef mezelf voorhouden dat het allemaal gauw voorbij zou zijn.