Vertaling van pants

Inhoud:

Engels
Nederlands
pants, trousers {zn.}
broek  [v]
lange broek [v]
pantalon [m]
Those are my trousers.
Dat is mijn broek.
My trousers are wet.
Mijn broek is nat.
drawers, panties, underpants, pants, shorts, briefs, knickers, pair of drawers, pair of briefs, pair of knickers, pair of panties, pair of pants, pair of shorts, pair of underpants, trunks {zn.}
onderbroek  [v]
to pant, to gasp, to puff {ww.}
hijgen 
zwoegen
puffen

he/she/it pants

hij/zij/het hijgt
» meer vervoegingen van hijgen

bloomers, drawers, knickers, pants {zn.}
slipje [o] (het ~)
bloomers, drawers, knickers, pants {zn.}
pantalon [m] (de ~)
bloomers, drawers, knickers, pants {zn.}
damesslipje [o] (het ~)
to gasp, to heave, to pant, to puff {ww.}
poffen

he/she/it pants

hij/zij/het poft
» meer vervoegingen van poffen

to gasp, to heave, to pant, to puff {ww.}
hijgen
zwoegen

he/she/it pants

hij/zij/het hijgt
» meer vervoegingen van hijgen