Vertaling van parents
ouders
Voorbeelden in zinsverband
So are my parents.
Dat zijn mijn ouders ook.
They visited their parents yesterday.
Ze hebben hun ouders bezocht gisteren.
Children imitate their parents' habits.
Kinderen nemen de gewoontes van hun ouders over.
He replied to his parents.
Hij gaf zijn ouders antwoord.
I live with my parents.
Ik woon samen met mijn ouders.
Both his parents are dead.
Zijn beide ouders zijn dood.
They didn't obey their parents.
Ze gehoorzaamden hun ouders niet.
Children are to obey their parents.
Kinderen moeten hun ouders gehoorzamen.
My parents call me up every day.
Mijn ouders telefoneren mij alle dagen.
His parents go to church every Sunday.
Zijn ouders gaan elke zondag naar de kerk.
We have to look after our parents.
We moeten voor onze ouders zorgen.
He is totally dependent on his parents.
Hij is volledig afhankelijk van zijn ouders.
Please say hello to your parents.
Zeg alsjeblieft gedag tegen je ouders.
Lincoln's parents remained poor all their lives.
Lincoln's ouders bleven hun hele leven arm.
Today is my parents' wedding anniversary.
Vandaag is de huwelijksdag van mijn ouders.