Vertaling van rich

Inhoud:

Engels
Nederlands
rich, wealthy, well-off, affluent, well-to-do {bn.}
gefortuneerd
rijk 
vermogend
abundant, copious, plentiful, profuse, ample, rich, affluent, aplenty {bn.}
abundant
overvloedig
rijk 
uitbundig
volop
weelderig
welig
ample, copious, plenteous, plentiful, rich {bn.}
royaal
ample, copious, plenteous, plentiful, rich {bn.}
welvoorzien
full-bodied, racy, rich, robust {bn.}
vetrijk
ample, copious, plenteous, plentiful, rich {bn.}
gezwollen
fat, fertile, productive, rich {bn.}
produktief
ample, copious, plenteous, plentiful, rich {bn.}
copieus
fat, fertile, productive, rich {bn.}
fertiel
vei
vruchtbaar
deep, rich {bn.}
vol

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

You are rich.

Jullie zijn rijk.

He became rich.

Hij werd rijk.

It is better to live rich, than to die rich.

Het is beter rijk te leven, dan rijk te sterven.

They say he's very rich.

Het wordt gezegd dat hij heel rijk is.

He wanted to be rich.

Hij wou rijk zijn.

Japan is a rich country.

Japan is een rijk land.

They want to become rich.

Zij willen rijk worden.

I wish I were rich.

Ik wenste dat ik rijk was.

China is rich in natural resources.

China is rijk aan natuurlijke grondstoffen.

Do you want to be rich?

Wil je rijk zijn?

If I were rich, I'd go abroad.

Als ik rijk was, zou ik naar het buitenland gaan.

I know that you are rich.

Ik weet dat ge rijk zijt.

Not everyone who lives here is rich.

Niet iedereen die hier woont is rijk.

He is rich but he is not happy.

Hij is rijk maar hij is niet gelukkig.

They may be poor, but rich in spirit.

Ze mogen dan arm zijn, maar zijn rijk van geest.


Gerelateerd aan rich

wealthy - well-off - affluent - well-to-do - abundant - copious - plentiful - profuse - ample - aplenty - plenteous - full-bodied - racy - robust - fatbeefy - abundant - melodious