Vertaling van shackle

Inhoud:

Engels
Nederlands
to fetter, to shackle, to bind, to chain {ww.}
boeien 
paternosteren
vastketenen
ketenen
fetter, shackle, chain {zn.}
kluister [v]
keten [v]
boei  [v]
bond, hamper, shackle, trammel {zn.}
kluister [m] (de ~)
boei [m] (de ~)
bond, hamper, shackle, trammel {zn.}
schakel
to fetter, to shackle {ww.}
kluisteren
bond, hamper, shackle, trammel {zn.}
keurslijf

Gerelateerd aan shackle

fetter - bind - chain - bond - hamper - trammelbind - brace - racing yacht - compel - coercion - yoke