Vertaling van she
Voorbeelden in zinsverband
She likes oranges, doesn't she?
Zij houdt van sinaasappels, toch?
She was beautiful when she was young.
Ze was mooi toen ze jong was.
She is as active as she looks.
Ze is zo actief als ze eruit ziet.
She could read when she was four.
Ze kon lezen toen ze vier was.
She knows I know that she knows.
Zij weet dat ik weet dat zij het weet.
She said that she was good-looking.
Ze zei dat ze elegant was.
She says that she likes flowers.
Ze zegt dat ze van bloemen houdt.
Is she Japanese?
Is hij Japans?
She committed a crime.
Ze heeft een misdaad begaan.
She does not smoke.
Zij rookt niet.
She opened her eyes.
Ze deed haar ogen open.
She cried all night.
Ze huilde de hele nacht.
She is very intelligent.
Ze is erg intelligent.
She smokes a lot.
Zij rookt veel.
She is very beautiful.
Zij is zeer mooi.