Vertaling van sister

Inhoud:

Engels
Nederlands
sister {zn.}
zus  [v]
zuster  [v]
My sister is famous.
Mijn zuster is beroemd.
My sister is pretty.
Mijn zus is mooi.
sister {zn.}
zuster [v] (de ~)
She bought a dictionary for her sister.
Ze kocht een woordenboek voor haar zuster.
Your sister is beautiful as ever.
Uw zuster is mooi als altijd.
babe, baby, sister {zn.}
feministe [v] (de ~)
sis, sister {zn.}
zus [v] (de ~)
zuster [v] (de ~)
zusje
My little sister goes to nursery school.
Mijn zusje gaat naar de kleuterschool.
She's my sister.
Ze is mijn zus.
babe, baby, sister {zn.}
sister
sistrum


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My sister is pretty.

Mijn zus is mooi.

Mary is Tom's sister.

Mary is de zus van Tom.

My sister is famous.

Mijn zuster is beroemd.

His sister looks young.

Zijn zus ziet er jong uit.

She's my sister.

Ze is mijn zus.

How's your little sister?

Hoe gaat het met je jongere zus?

I have one sister.

Ik heb één zus.

My sister likes sweets.

Mijn zus houdt van snoep.

Her sister looks young.

Haar zus ziet er jong uit.

My sister is very intelligent.

Mijn zus is heel intelligent.

My sister showers every morning.

Mijn zus gaat elke ochtend onder de douche.

Pedro doesn't have a sister.

Pedro heeft geen zus.

She is my elder sister.

Zij is mijn oudere zus.

My sister has a job.

Mijn zus heeft een baan.

My sister is playing with a doll.

Mijn zus speelt met een pop.


Gerelateerd aan sister

babe - baby - sisneighbor - follower - relation - percussion instrument