Vertaling van spain

Inhoud:

Engels
Nederlands
Spain, espana, kingdom of spain, spain {eigenn.}
Spanje  [o] (narticle ~)
Hispanië [o]


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He lived in Spain, I think.

Hij heeft, geloof ik, in Spanje gewoond.

Normally, we don't do that in Spain.

Normaal doen we dat in Spanje niet.

We have a colleague in Spain.

Wij hebben een collega in Spanje.

I am going to Spain in the fall.

Ik ga in de herfst naar Spanje.

I am looking for a book about medieval Spain.

Ik ben op zoek naar een boek over middeleeuws Spanje.

After much debate, we decided to spend our holidays in Spain.

Na veel overleg beslisten we onze vakantie in Spanje door te brengen.


Gerelateerd aan spain

Spain - espana - kingdom of spainbody politic