Vertaling van success

Inhoud:

Engels
Nederlands
success, achievement {zn.}
succes 
welslagen
We all desire success.
We verlangen allemaal naar succes.
The concert was a success.
Het concert was een succes.
prosperity, success, weal {zn.}
welvaart
prosperiteit
welstand
voorspoed
geluk 
welvarendheid [v]
bloei [m]
You must realize that prosperity does not last forever.
Je moet begrijpen dat welvaart niet eeuwig duurt.
achiever, succeeder, success, winner {zn.}
kasstuk
kassucces [o] (het ~)
achiever, succeeder, success, winner {zn.}
winnaar [m] (de ~)
winner [m] (de ~)
triomfator
overwinnaar [m] (de ~)
Tom is the winner.
Tom is de winnaar.
achiever, succeeder, success, winner {zn.}
mazzelaar [m] (de ~)
mazzelkont
gelukzak
goudvink
gelukkige [m] (de ~)
bollebof
bofkont [m] (de ~)
boffer
geluksvogel [m] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

We all desire success.

We verlangen allemaal naar succes.

I'm worrying about your success.

Ik maak me zorgen over je success.

The concert was a success.

Het concert was een succes.

Health is an important condition of success.

Gezondheid is een belangrijke voorwaarde voor succes.

My aunt was pleased with my success.

Mijn tante was blij met mijn succes.

Let me congratulate you on your success.

Laat mij u feliciteren met uw succes.

Your efforts resulted in the success.

Je inspanningen hebben in succes geresulteerd

That American movie was a great success.

De Amerikaanse film was een groot succes.

Perseverance is, among other things, necessary for success.

Doorzettingsvermogen is, onder andere, noodzakelijk voor succes.

Perseverance, as you know, is the key to success.

Zoals ge weet, is volharding de sleutel tot het succes.

They celebrated his success by opening a bottle of wine.

Ze vierden het succes door een fles wijn te openen.

The chances of success are greater if the business man knows the ropes, and also has more funds at his disposal.

De kans op succes is groter als de zakenman van wanten weet en ook als hij meer geld tot zijn beschikking heeft.


Gerelateerd aan success

achievement - prosperity - weal - achiever - succeeder - winnerdrama - individual