Vertaling van sugar

Inhoud:

Engels
Nederlands
sugar {zn.}
suiker  [m]
Milk? Sugar?
Melk? Suiker?
Sugar is sweet.
Suiker is zoet.
to saccharify, to sugar {ww.}
suikeren
gesuikerd
refined sugar, sugar {zn.}
suiker [m] (de ~)
saccharose
sacharose [m] (de ~)
We have no sugar.
We hebben geen suiker.
We don't have sugar.
We hebben geen suiker.
carbohydrate, saccharide, sugar {zn.}
suiker [m] (de ~)
We don't have any sugar.
We hebben geen suiker.
carbohydrate, saccharide, sugar {zn.}
koolhydraat [o] (het ~)
saccharide
sacharide

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Milk? Sugar?

Melk? Suiker?

Sugar dissolves in water.

Suiker lost op in water.

Don't sugar your tea.

Doe geen suiker in uw thee.

Sugar is sweet.

Suiker is zoet.

We have no sugar.

We hebben geen suiker.

We don't have sugar.

We hebben geen suiker.

We don't have any sugar.

We hebben geen suiker.

I don't want any sugar.

Ik wil geen suiker.

He likes coffee without sugar.

Hij houdt van koffie zonder suiker.

Sugar replaced honey as a sweetener.

Suiker verving honing als zoetstof.

I prepared a weak sugar solution.

Ik heb een slappe suikeroplossing gemaakt.

Tom told Mary not to add sugar.

Tom vroeg Maria geen suiker toe te voegen.

She brought me a cup of tea without sugar.

Ze bracht me een kopje thee zonder suiker.

Excuse me, could you pass me the sugar?

Neemt u me niet kwalijk, kunt u me de suiker aangeven?


Gerelateerd aan sugar

saccharify - refined sugar - carbohydrate - saccharidesweeten - food - carbohydrate - chemical compound - sugar bowl