Vertaling van swimming
Voorbeelden in zinsverband
I like swimming.
Ik hou van zwemmen.
I am interested in swimming.
Ik ben geïnteresseerd in zwemmen.
Tom is good at swimming.
Tom kan goed zwemmen.
Keep on swimming up to your limit.
Doorzwemmen tot je aan je grens zit.
He jumped into the swimming pool.
Hij sprong in het zwembad.
Have you ever seen him swimming?
Heb je hem ooit zien zwemmen?
Do you feel like going swimming?
Heb je zin om te gaan zwemmen?
The boy is swimming with his friends.
De jongen is aan het zwemmen met zijn vrienden.
We like swimming in the ocean.
We zwemmen graag in de oceaan.
They stared at her swimming suit in amazement.
Ze staarden met verbazing naar haar zwempak.
I often go swimming at the beach in the summer.
Ik zwem vaak op het strand in de zomer.
You are not old enough to go swimming by yourself.
Je bent niet oud genoeg om alleen te gaan zwemmen.
I got a cramp in my leg while swimming.
Ik kreeg kramp in mijn been tijdens het zwemmen.
This hotel has a gym and a swimming pool.
Dit hotel heeft een sportzaal en een zwembad.
Children under thirteen years of age are not admitted to this swimming pool.
Kinderen onder de dertien jaar mogen dit zwembad niet in.