Vertaling van tumor

Inhoud:

Engels
Nederlands
tumour {zn.}
zwelling [v]
tumor 
gezwel [o]
neoplasm, tumor, tumour {zn.}
gezwel [o] (het ~)
vleeswoekering
neoplasma
tumor [m] (de ~)
blastoom

Gerelateerd aan tumor

tumour - neoplasmtissue