Vertaling van uncle

Inhoud:

Engels
Nederlands
uncle {zn.}
oompje [o]
uncle {zn.}
oom  [m]
My uncle has three children.
Mijn oom heeft drie kinderen.
I'll visit my uncle next week.
Ik zal volgende week mijn oom bezoeken.
paternal uncle, uncle {zn.}
oom  [m]
oom van vaderskant
My uncle is angry.
Mijn oom is kwaad.
My uncle runs a hotel.
Mijn oom runt een hotel.
maternal uncle, uncle {zn.}
oom  [m]
oom van moederskant
He lived next to his uncle.
Hij woonde naast zijn oom.
He asked me where my uncle lived.
Hij vroeg me waar mijn oom woonde.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My uncle has three children.

Mijn oom heeft drie kinderen.

Is your uncle still abroad?

Is jullie oom nog steeds in het buitenland?

I'll visit my uncle next week.

Ik zal volgende week mijn oom bezoeken.

My uncle lives near the school.

Mijn oom woont in de buurt van de school.

Uncle Bob invited us to have dinner.

Oom Bob nodigde ons uit voor het avondeten.

My father's sister's husband is my uncle.

De echtgenoot van de zuster van mijn vader is mijn oom.

My uncle gave me a book.

Mijn oom heeft mij een boek gegeven.

I was named after my uncle.

Ik ben naar mijn oom vernoemd.

Tom is living with his uncle now.

Tom woont nu bij zijn oom.

My uncle bought me this book.

Mijn oom heeft dit boek voor mij gekocht.

My uncle has been diagnosed with leukemia.

Mijn oom is gediagnosticeerd met leukemia.

My uncle isn't young, but he's healthy.

Mijn oom is niet jong, maar hij is wel gezond.

Yesterday my uncle bought a dog.

Gisteren heeft mijn oom een hond gekocht.

My uncle died of cancer of the stomach yesterday.

Mijn oom is gisteren overleden aan maagkanker.

I received a telegram saying that my uncle had arrived.

Ik ontving een telegram dat mijn oom aangekomen was.


Gerelateerd aan uncle

paternal uncle - maternal uncle