Vertaling van walking

Inhoud:

Engels
Nederlands
to tread, to walk, to walk upon, to board {ww.}
begaan 
bestijgen 
opgaan
to go on foot, to walk {ww.}
lopen 
gaan 
te voet gaan
Can you walk?
Kan je lopen?
He can't walk any more.
Hij kan niet meer lopen.
to walk, to march, to ambulate {ww.}
lopen 
marcheren
The baby is able to walk.
De baby kan lopen.
I can't walk any farther.
Ik kan niet verder lopen.
walk, walking {zn.}
wandelpas
walk, walking {zn.}
loop [m] (de ~)
I like to walk.
Ik loop graag.
Walk more slowly.
Loop eens wat langzamer.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I like walking alone.

Ik ga graag alleen te voet.

I like walking by myself.

Ik ga graag alleen te voet.

Do not read while walking.

Niet lezen tijdens het lopen.

I don't feel like walking so fast.

Ik heb geen zin om zo hard te lopen.

She likes to go walking by herself.

Ze gaat graag alleen wandelen.

He likes walking in the park.

Hij houdt van wandelen in het park.

I was reading a book while walking.

Ik las een boek tijdens het wandelen.

I saw them walking arm in arm.

Ik zag hen arm in arm lopen.

Sometimes I feel tired of walking.

Soms voel ik me moe van het wandelen.

Walking along the street, I met an old friend.

Toen ik op straat liep, ontmoette ik een oude vriend.

He is, so to speak, a walking encyclopedia.

Hij is, zo te spreken, een lopende encyclopedie.

That old man is, so to speak, a walking dictionary.

Die oude man is, bij wijze van spreken, een wandelend woordenboek.

Look, the boys are walking barefoot in the water.

Kijk, de jongens lopen met blote voeten in het water.

I prefer walking to being carried in a vehicle.

Ik ga liever te voet dan in een voertuig vervoerd te worden.

Is it within walking distance?

Is het te lopen?


Gerelateerd aan walking

tread - walk - walk upon - board - go on foot - march - ambulatepace