Vertaling van abra

Inhoud:

Spaans
Nederlands
bahía [v] (la ~), abra {zn.}
baai  [v]
bocht
kreek [v]
inham  [m]
El derrame petrolífero contaminó la bahía.
De olieramp heeft de baai vervuild.
abrir {ww.}
openen 
opendoen
openmaken
¿Puedo abrir la ventana?
Mag ik het raam opendoen?
¿Podría alguien abrir la puerta por favor?
Kan iemand de deur opendoen alsjeblieft?

Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Por favor, abra la puerta.

Doe de deur open alstublieft.

Abra su corazón y cuénteme todo.

Open uw hart en vertel mij alles.


Gerelateerd aan abra

bahía - abrir