Vertaling van aeropuerto
Voorbeelden in zinsverband
Aeropuerto
Vliegveld / Luchthaven
¿Dónde está el aeropuerto?
Waar is de luchthaven?
El aeropuerto está cerrado.
De luchthaven is gesloten.
Estoy ahora en el aeropuerto.
Ik ben nu op het vliegveld.
Tengo una foto de un aeropuerto.
Ik heb een foto van een luchthaven.
Yo te conduciré hasta el aeropuerto.
Ik breng u wel naar het vliegveld.
¿A qué distancia está el aeropuerto?
Hoe ver is het naar het vliegveld?
¿Qué tan lejos queda el hotel del aeropuerto?
Hoe ver is het van het vliegveld naar het hotel?
¿De dónde parten los buses hacia el aeropuerto?
Waarvandaan vertrekken de bussen naar het vliegveld?
Acabo de estar en el aeropuerto para despedir a un amigo que se iba a Europa.
Ik ben alleen even naar het vliegveld geweest om een vriend die naar Europa ging uit te zwaaien.