Vertaling van banco

Inhoud:

Spaans
Nederlands
banco [m] (el ~), mesa [v] (la ~), caballete [m] (el ~) {zn.}
bank  [v]
werkbank
stander
schraag
rek
stellage [v]
ezel  [m]
bok [m]
¿Dónde está el banco?
Waar is de bank?
Trabaja en el banco.
Hij werkt bij een bank.
banco [m] (el ~) {zn.}
bank  [v]
¿Dónde está el banco?
Waar is de bank?
¿Está abierto el banco?
Is de bank open?
banco [m] (el ~) {zn.}
bank  [v]
Él trabaja en un banco.
Hij werkt bij een bank.


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Trabaja en el banco.

Hij werkt bij een bank.

¿Dónde está el banco?

Waar is de bank?

¿Dónde está el banco más cercano?

Waar is de dichtstbijzijnde bank?

El banco le prestó 500 dólares.

De bank leende hem vijfhonderd dollar.

¿Dónde está el banco más cercano?

Waar is de dichtstbijzijnde bank?

La policía sospecha que él robó el banco.

De politie verdenkt hem van bankroof.

¿Por qué has pintado de rojo el banco?

Waarom heb je de bank rood geschilderd?


Gerelateerd aan banco

mesa - caballete