Vertaling van cara
Inhoud:
Spaans
Nederlands
cara , superficie {zn.}
vlak
cara {zn.}
oppervlak
vlak
vlak
Voorbeelden in zinsverband
Spaans
Nederlands
Su cara estaba pálida.
Ze zag zo bleek als een doek.
Se secó el sudor de la cara.
Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.
El padre se lava la cara.
De vader wast zijn gezicht.
Tom le pegó en la cara.
Tom stompte hem in het gezicht.
Siempre me lavo la cara con agua y jabón.
Ik was altijd mijn gezicht met water en zeep.
A un lado de la moneda se le llama "cara" y al otro "sello".
Een kant van een munt wordt 'kop' genoemd, en de andere zijde wordt 'munt' genoemd.
Algo en su cara me recordaba verdaderamente a un viejo novio mío.
Iets in zijn gezicht herinnerde mij aan een oude vriend van mij.