Vertaling van casado
Inhoud:
Spaans
Nederlands
yo he casado
tú has casado
él/ella ha casado
ik heb getrouwd
jij hebt getrouwd
hij/zij/het heeft getrouwd
» meer vervoegingen van trouwen
yo he casado
tú has casado
él/ella ha casado
ik heb getrouwd
jij hebt getrouwd
hij/zij/het heeft getrouwd
» meer vervoegingen van trouwen
Mary se quiere casar con un millonario.
Mary wil met een miljonair trouwen.
Mary se quiere casar con un conductor de Formula 1.
Mary wil met een Formule 1-rijder trouwen.
yo he casado
tú has casado
él/ella ha casado
ik heb getrouwd
jij hebt getrouwd
hij/zij/het heeft getrouwd
» meer vervoegingen van trouwen
Voorbeelden in zinsverband
Spaans
Nederlands
Larry Ewing está casado.
Larry Ewing is getrouwd.
Me pregunto si está casado.
Ik vraag me af of hij getrouwd is.