Vertaling van cepillo
Inhoud:
Spaans
Nederlands
cepillo , brocha de afeitar {zn.}
borstel
cepillar {ww.}
schuieren
borstelen
borstelen
yo cepillo
él/ella cepilló
ik schuier
hij/zij/het schuierde
» meer vervoegingen van schuieren