Vertaling van cerca

Inhoud:

Spaans
Nederlands
cerca {bw.}
dichtbij 
nabij
vlakbij


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Ellos viven cerca.

Ze wonen in de buurt.

Pinté la cerca de verde.

Ik verfde het hek groen.

Mi tío vive cerca de la escuela.

Mijn oom woont in de buurt van de school.

Vivimos cerca de una gran biblioteca.

We wonen in de buurt van een grote bibliotheek.

Yo crecí cerca de un río.

Ik ben opgegroeid in de buurt van een rivier.

Su casa está cerca del mar.

Haar huis is dichtbij de zee.

La silla está cerca de la puerta.

De stoel staat dicht bij de deur.

Mi departamento está cerca de aquí.

Mijn appartement is in de buurt.

Es peligroso jugar cerca del fuego.

Het is gevaarlijk dicht bij het vuur te spelen.

Tiene cerca del tamaño de un huevo.

Het is ongeveer even groot als een ei.

Está cerca de aquí

Het is hier dichtbij

La mayoría de los accidentes ocurren cerca de casa.

De meeste ongelukken gebeuren dicht bij huis.

Ninguno de mis compañeros de clase vive cerca.

Niet één van mijn klasgenoten woont hier in de buurt.

Yo tenía cerca de diez años cuando mis padres me regalaron un equipo de química para Navidad.

Ik was bijna tien toen mijn ouders mij een wetenschapsset cadeau deden voor Kerstmis.

Yo a veces camino al trabajo y a veces montado en bicicleta. Es que yo vivo muy cerca del trabajo.

Soms ga ik lopend naar het werk en soms op de fiets, want ik woon heel dichtbij mijn werk.