Vertaling van cortar

Inhoud:

Spaans
Nederlands
cortar {ww.}
houwen
kappen
hakken
cortar {ww.}
onthoofden
het hoofd afslaan
cortar, esquilar {ww.}
knippen 
snoeien
scheren 
Lavar, cortar y secar, por favor.
Knippen, wassen en drogen alstublieft.
cortar {ww.}
snijden 
snerpen
arrancar, cortar {ww.}
wegscheuren
afplukken
afrukken
plukken
afbreken 
seccionar, cortar, disecar {ww.}
sectie verrichten
doorsnijden

Gerelateerd aan cortar

esquilar - arrancar - seccionar - disecar