Vertaling van cultivo

Inhoud:

Spaans
Nederlands
cultivo [m] (el ~) {zn.}
bewerking  [v]
bebouwing [v]
cultivo [m] (el ~), plantío {zn.}
aanplanting [v]
cultura [v] (la ~), cultivo [m] (el ~) {zn.}
cultuur [v]
teelt
verbouwing [v]
bouw  [m]
beschaving  [v]
¡Europa tiene más cultura!
Europa heeft meer cultuur!
Ellos tenían una cultura propia.
Ze hadden een eigen cultuur.
cultivar {ww.}
kweken
verbouwen
telen
aankweken
beschaven
bebouwen 

yo cultivo
él/ella cultivó

ik kweek
hij/zij/het kweekte
» meer vervoegingen van kweken

Quiero cultivar buenos vegetales, arroz, fruta, etcétera.
Ik wil goede groenten kweken, rijst, fruit enzovoort.
cultivar {ww.}
kweken
bewerken 
bebouwen 

yo cultivo
él/ella cultivó

ik kweek
hij/zij/het kweekte
» meer vervoegingen van kweken



Gerelateerd aan cultivo

plantío - cultura - cultivar