Vertaling van cumplir

Inhoud:

Spaans
Nederlands
cumplir, llevar a cabo, ejecutar {ww.}
voltrekken
vervullen
verrichten
uitvoeren 
naleven
nakomen
observar, cumplir {ww.}
waarnemen 
toezien
observeren
toekijken
gadeslaan


Voorbeelden in zinsverband

Spaans
Nederlands

Acaba de cumplir los veinte.

Ze is net twintig geworden.

Ella vivió hasta cumplir los setenta años.

Hij werd zeventig jaar oud.

Ahora que acabas de cumplir dieciocho, te puedes sacar el carnet de conducir.

Nu je achttien bent, mag je je rijbewijs halen.


Gerelateerd aan cumplir

llevar a cabo - ejecutar - observar