Vertaling van dar
Voorbeelden in zinsverband
Debes dar lo mejor.
Ge moet uw best doen.
¿Me puede dar dinero?
Kan jij mij wat geld geven?
¿Te apetece dar un paseo?
Wil je een korte wandeling maken?
Él come sin dar pausa.
Hij eet aan één stuk door.
¿Está listo para dar su orden?
Bent u nu klaar om te bestellen?
Con una noche tan apaciguada y brillante como esta, siempre me dan ganas de dar un paseo a medianoche.
Met zo'n zachte, heldere nacht als vandaag, krijg ik altijd zin om om middernacht een ommetje te maken.
¿Es posible dar la fecha en que nació un idioma? Uno tendería a decir "¡Pero qué pregunta es esa!". Y sin embargo una fecha así existe: 26 de julio, el día del esperanto. En ese día en 1887 apareció en Varsovia un folleto de Ludwik Lejzer Zamenhof acerca de una "Lengua Internacional".
Kan men een datum aanduiden, waarop een taal begon te leven? Men is geneigd te antwoorden: "Wat een vraag!" . En toch bestaat er zulk een datum: 26 juli, Esperantodag. Op die dag in 1887 verscheen in Warschau een brochure van Ludwik Lejzer Zamenhof over de "Internationale Taal".